LantaarnLantaarn

De definitie van een lantaarn: Een lantaarn is een vaak draagbare en beschermende behuizing voor een lichtbron.

Omdat we ook behoefte hebben in het donker te zien en om veilger te lopen als we 's avonds of 's nachts buiten zijn, zijn lantaarns ontwikkeld. De eerste lantaarns waren draagbaar en later zijn vaste lantaarns voor straat en gevelverlichting ontwikkeld.

Direct een lantaarn kopen? Klik hier: lantaarn.

Artikelopbouw

Kaarsen lantaarns

De eerste lantaarns werden gebouwd voor het meedragen van kaarsen. Door de winddichte behuizing kon men een kaars mee naar buiten nemen. Olielampen bestonden toen ook al, maar deze morsten nog snel olie. De laatste jaren maakt deze oorspronkelijke lantaarn voor kaarsen een ware revival. Kaarsen lantaarns zijn makkelijk in gebruik en worden tegenwoordig meer als sfeerbrenger gebruikt dan als verlichting.

Kaarsen lantaarn met venster van hoornDe eerste lantaarns waren gemaakt om te dragen en neer te zetten waar nodig. Pas in de middeleeuwen ging men lantaarns maken om op te hangen aan palen en gevels. Ook werden lantaarns toen op staanders geplaatst. Deze lantaarns bestonden uit een rechthoekige kooiconstructie waarin doorschijnende plaatjes waren geplaatst van hoorn. Een van de zijkanten kon geopend worden om de kaars te vervangen. Bovenin de lantaarn zat een gat om de hete rook uit te laten ontsnappen. Deze vroege lantaarns waren toen al van verschillende materialen gemaakt. Er bestonden houten lantaarns, ijzeren lantaarns en aardewerk. Later werd inplaats van het matte hoorn, helder glas gebruikt.

 

Olie lantaarns

Kaarsen waren een dure lichtbron voor de lantaarns en vooral omdat straatverlichting toenam, werd gezocht naar een goedkoper alternatief. Er werd een oplossing gevonden in de vorm van een lekvrije olielamp. Hierdoor kon koolzaadolie als brandstof gebruikt worden. Deze lantaarns rookten wel behoorlijk maar voor buitenverlichting was dat geen probleem. Voor draagbare lantaarn die ook binnen werden gebruikt bleef men kaarsen gebruiken tot de komst van petroleum lantaarns. Voor de olielantaarns werden speciale eikenhouten palen geplaatst in steden: de lantaarnpalen. De olie lantaarns konden hier met behulp van stokken aan gehangen worden.

Gaslantaarns

Toen in het begin van de negentiende eeuw in grote steden gasleidingen werden aangelegd, werden ook de lantaarnpalen steeds meer vervangen door op gas werkende lantaarns. Vanaf dat moment konden de lantaarns vast bevestigd worden op de palen. Ze konden ontstoken worden met behulp van lange stok met vuur erop. Op plaatsen waar geen gasleidingen beschikbaar waren, bleef men olielantaarns gebruiken.

Petroleum lantaarns

Petroleumlampen werden pas in 1859 geintroduceerd als opvolger van de olielampen. Deze lampenbevatten een een katoenen kous die in de petoleum hangt en zodoende de petroleum opzuigt. Deze lampen werden later voorzien van mechaniekjes waarmee de kous verder naar binnen of naar buiten gedraaid kon worden. Hiermee kon de grootte van de vlam geregeld worden en het vuur mee gedoofd worden. Deze lampen branden schoon genoeg om de kaarsen van binnen lantaarns te vervangen.

Elektrische lantaarns

Vanaf het einde van de negentiende werden gas en petroleum straatlantaarns steeds meer vervangen door elektrische lantaarns. Tegelijkertijd kwamen ook diverse modellen elektrische lantaarns met batterijen op de markt. Deze hadden nog steeds de vorm van kaarsen en petroleum lantaarns en waren loeizwaar door de grote loodaccu's. Rond 1900 kwamen de lichtere staafvormige zaklampen op de markt. Vanaf dat moment is de lantaarn in zijn oude vorm steeds minder een lichtbron geworden, maar de laatste jaren weer erg populair als sfeerbrenger.